Ligging in het zuiden
Koumra ligt in het zuiden van Tsjaad, ongeveer honderd kilometer ten westen van Sarh en op vergelijkbare afstand ten oosten van Doba, aan de doorgaande weg die die twee steden verbindt. De stad is de hoofdplaats van de provincie Mandoul, genoemd naar de gelijknamige rivier die in de streek een uitgestrekt moerasgebied voedt voordat het water via de Bahr Sara de Chari bereikt. De grens met de Centraal-Afrikaanse Republiek ligt op zo’n honderd kilometer naar het zuiden.
Het klimaat hoort tot de natste van Tsjaad: rond de 1.000 tot 1.200 millimeter regen per jaar, met een regenseizoen van mei tot oktober waarin wegen wekenlang moeilijk begaanbaar zijn. Het landschap bestaat uit savanne met galerijbos langs de waterlopen, doorsneden door akkers. Dit is de andere kant van Tsjaad: geen zand en kamelen, maar mango’s, mais en modder.
Inwonertal en bevolking
De volkstelling van 2009 kwam voor Koumra uit op ongeveer 40.000 inwoners. Recente cijfers zijn projecties, geen tellingen; schattingen liggen tegenwoordig rond de 50.000 tot 65.000. De promotie tot provinciehoofdstad in 2002 heeft die groei versneld, doordat er bestuursdiensten, een rechtbank en scholen bij kwamen. De bevolking behoort overwegend tot de Sara, de grootste bevolkingsgroep van Tsjaad, verdeeld over verschillende ondergroepen met eigen talen; zie etnische groepen. Het christendom en traditionele godsdiensten overheersen, met een islamitische minderheid onder handelaars, zie de religieuze verdeling.
De yondo: in het Sara-gebied waar Koumra ligt bestaat de yondo, een wekenlange initiatie waarbij jongens in een afgezonderd bos worden ingewijd in de regels van de gemeenschap. President Tombalbaye maakte de rite begin jaren zeventig tot instrument van zijn campagne voor culturele ‘authenticiteit’ en dwong ambtenaren haar te ondergaan — ook christenen, wat tot fel verzet en vervolging leidde. Zie tradities en gebruiken.
Katoen en akkerbouw
Mandoul is een van de belangrijkste katoenprovincies van het land, en Koumra is de plek waar die katoen samenkomt: de oogst wordt in de stad en omgeving verzameld en geëgreneerd voordat de vezel via Moundou en Kameroen naar de kust gaat. Daarnaast verbouwen boeren gierst, sorghum, mais, aardnoten, sesam en cassave, en houden gezinnen kleinvee. Rijst groeit in de lagere, natte delen langs de Mandoul. De streek levert ook karitéboter en, in het seizoen, grote hoeveelheden mango’s. Zie landbouw in Tsjaad. Industrie van betekenis is er verder niet; wat er aan werk is buiten de landbouw zit in bestuur, onderwijs, gezondheidszorg en handel.
De stad zelf en de bereikbaarheid
Koumra is een uitgestrekte, lage stad met brede zandstraten, een groot marktterrein en veel bomen. De markt is het middelpunt: op marktdag komen boeren uit de dorpen met graan, groente en vee, en staan handelaars met stoffen, gereedschap en huishoudwaar. Verder heeft de stad een provinciaal ziekenhuis, middelbare scholen en een katholieke missiepost met de bijbehorende voorzieningen. Bezienswaardigheden in toeristische zin zijn er niet; wie hier komt, reist meestal door naar Sarh, Doba of nationaal park Manda.
Vanaf N’Djamena is het ongeveer 650 kilometer. De praktische route loopt over de verharde nationale weg naar het zuiden via Bongor, Kélo en Moundou, en vandaar oostwaarts via Doba naar Koumra; het laatste deel is deels verhard, deels aarde. Reken op twee reisdagen. Er zijn dagelijkse bussen tot Moundou en Doba en van daar gedeelde busjes. Een luchthaven met lijndienst heeft Koumra niet. In het regenseizoen kunnen delen van de route dagen onbegaanbaar zijn, zie beste reistijd.