Ligging en landschap
Nationaal park Manda ligt in het zuiden van Tsjaad, in de provincie Moyen-Chari, op enkele tientallen kilometers van de stad Sarh. Het park grenst over een lange afstand aan de Chari en beslaat ongeveer 1.140 vierkante kilometer — nog geen veertigste van het oppervlak van de grote reservaten in het noorden.
Het landschap is Soedan-savanne: open boomsavanne met acacia’s, kariténoten en Terminalia-soorten, afgewisseld met grasvlakten en met galerijbos langs de rivier en de kreken. Het zuiden van Tsjaad krijgt zo’n 800 tot 1.100 millimeter regen per jaar, ruim vier keer zoveel als de Sahelgordel verderop. Van juni tot oktober staat een deel van het terrein blank en zijn de sporen onbruikbaar; van december tot april is het droog, verdort het gras en concentreert het wild zich bij het water.
Waarvoor het park is ingesteld
Manda kreeg zijn beschermde status in 1965, kort na de onafhankelijkheid, als tweede nationale park van het land na Zakouma. De aanleiding was de rijkdom aan hoefdieren van de zuidelijke savanne. Het park stond vooral bekend om de kob van Buffon, een middelgrote antilope die zich in het overstromingsgebied in grote aantallen verzamelt. Daarnaast kwamen er paardantilope, koeantilope, waterbok, rietbok, buffel en wrattenzwijn voor, met nijlpaarden en krokodillen in de Chari en met een vogelbevolking die door de combinatie van rivier, moeras en savanne gevarieerd is. Grote roofdieren zijn er altijd schaarser geweest dan in Zakouma.
Wat er bekend is over de huidige staat
Hier past terughoudendheid. Over Manda zijn geen recente, publiek toegankelijke tellingen beschikbaar die met die van andere parken vergelijkbaar zijn. Wat uit rapportages van de Tsjadische natuurbeschermingsdienst en van internationale organisaties naar voren komt, is een beeld van structurele onderbezetting: weinig parkwachters, weinig voertuigen en een budget dat nauwelijks toereikend is voor patrouilles. Stroperij voor vlees, het binnendrijven van vee in het droge seizoen en het oprukken van akkers vanaf de parkgrenzen worden steevast als de belangrijkste bedreigingen genoemd. Aangenomen wordt dat de populaties grote zoogdieren sinds de jaren zeventig sterk zijn afgenomen, maar hoe sterk precies, en welke soorten nog aanwezig zijn, valt zonder nieuwe inventarisatie niet hard te maken.
Dat verschil in beheer is leerzaam. In Zakouma keerde het tij nadat het beheer in 2010 aan een gespecialiseerde organisatie werd overgedragen, met langjarige financiering en een grote wachtersmacht; het naburige reservaat Siniaka-Minia kreeg later een vergelijkbare constructie. Voor Manda is een dergelijke overeenkomst er niet, en het park draait op de reguliere overheidsmiddelen.
Op papier beschermd: Tsjaad heeft ongeveer een vijfde van zijn grondgebied als beschermd gebied aangewezen — een hoog percentage naar Afrikaanse maatstaven. Het overgrote deel daarvan kent echter geen actief terreinbeheer, en Manda illustreert het verschil tussen een status op de kaart en bescherming in het veld.
Bezoeken
Manda is geen ingerichte bestemming. Er is geen bezoekerscentrum, geen kampement en geen vast net van uitgezette routes; de pistes zijn wisselend van kwaliteit en na het regenseizoen deels weggespoeld. Toestemming en begeleiding regel je ter plaatse via de bevoegde dienst in Sarh, die enkele tientallen kilometers verderop ligt en over een luchthaven en een verharde verbinding met de hoofdstad beschikt. Wie komt, komt in de praktijk voor de rust, de vogels en het landschap langs de rivier, niet voor gegarandeerde grofwildwaarnemingen.
Ga in het droge seizoen, ruwweg van december tot april; zie de beste reistijd. Het zuiden van Tsjaad is doorgaans rustiger dan de grensgebieden, maar spanningen tussen boeren en veehouders kunnen lokaal oplopen, zeker rond weidegronden in het droge seizoen — wat samenhangt met de trekroutes die bij veeteelt worden beschreven. Raadpleeg daarom vóór vertrek de veiligheidssituatie en informeer ter plaatse naar de actuele toestand.