Ligging in het natte zuiden
Doba ligt in het zuiden van Tsjaad, aan de Pendé, die in het land ook Logone Oriental heet en een van de bronrivieren is van de Logone. De stad is de hoofdplaats van de provincie Logone Oriental. Het landschap is savanne met bosjes, galerijbos langs de rivieren en akkers; met ruwweg 1.000 millimeter neerslag per jaar behoort dit tot de natste streken van het land. Het regenseizoen loopt van mei tot oktober en zet in die maanden een deel van de onverharde wegen blank. De streek is dichtbevolkt naar Tsjadische maatstaven: rond de stad ligt een aaneenschakeling van dorpen.
Inwonertal en bevolking
De laatste volkstelling is die van 2009; recentere cijfers zijn projecties. Voor Doba lopen de schattingen uiteen van circa 30.000 tot ruim 60.000 inwoners, waarbij het verschil deels wordt verklaard door de olie-industrie: in de basiskampen en de dorpen eromheen woont een wisselende bevolking van arbeiders en toegestroomde handelaren die niet altijd wordt meegeteld. De bevolking bestaat vooral uit Sara, en binnen die groep vooral Ngambaye; het is het kerngebied van de grootste volkengroep van Tsjaad, beschreven bij de volken van Tsjaad. Het christendom is er sterk vertegenwoordigd, naast traditionele religie en een islamitische minderheid.
Katoen vóór de olie
Doba groeide in de twintigste eeuw als katoenstad. Onder het Franse bestuur werd katoenteelt in het zuiden verplicht gesteld en werden er ontpittingsfabrieken gebouwd; het staatsbedrijf Cotontchad nam die rol later over. Katoen bleef decennialang het belangrijkste exportproduct van het land en bepaalde het ritme van de stad: oogst in het droge seizoen, verwerking en betaling in het voorjaar. Naast katoen leveren de akkers gierst, sorghum, maïs, cassave en aardnoten voor eigen gebruik en voor de markt, zoals beschreven bij landbouw in Tsjaad. De teruglopende katoenprijzen en de problemen bij Cotontchad hebben die basis in de loop der jaren uitgehold.
Het Doba-bekken en de pijpleiding
Onder de savanne rond Doba ligt een bekken met velden als Komé, Miandoum en Bolobo. Een consortium onder leiding van ExxonMobil bracht ze met steun van de Wereldbank in productie; in 2003 begon de export via een ruim duizend kilometer lange, ondergrondse pijpleiding naar de Kameroense kust bij Kribi, waar de olie op een drijvende terminal wordt geladen. Sindsdien leveren belastingen en royalty’s op olie het grootste deel van de staatsinkomsten, met alle voordelen en kwetsbaarheden die daarbij horen; de pagina over aardolie in Tsjaad gaat daar dieper op in. Rond Doba zelf zijn de gevolgen zichtbaar in verharde toegangswegen, een vliegveldje bij het basiskamp en aanhoudende discussies over grondvergoedingen en vervuiling.
Het fonds voor toekomstige generaties: als voorwaarde voor haar steun eiste de Wereldbank een wet die vastlegde hoe de olie-inkomsten besteed moesten worden, met een vast deel voor onderwijs en gezondheidszorg en tien procent opzij voor latere generaties. Tsjaad wijzigde die wet in 2006 om ook defensie te mogen betalen; het conflict daarover eindigde in 2008 met het vertrek van de Wereldbank uit het project.
Wat er te zien en te doen is
Doba is een werkstad zonder toeristische infrastructuur. De markt is het levendigst, met gedroogde vis, aardnootolie en lokaal bier van gierst. Buiten de stad liggen Sara-dorpen waar traditionele muziek met balafoons en trommels nog bij begrafenissen en oogstfeesten klinkt, en waar het initiatieritueel yondo een rol speelt; over die achtergrond gaat de pagina over tradities en gebruiken. De rivier de Pendé is een aangename plek in het late droge seizoen, al is zwemmen vanwege parasieten en krokodillen geen goed idee.
Bereikbaarheid vanaf N’Djamena
De weg van N’Djamena naar Doba loopt via Bongor, Kélo en Moundou en is ruim 550 kilometer lang; grote delen zijn verhard, de rest is aardeweg. Reken op een lange dag rijden. Vanuit Moundou, op ongeveer honderd kilometer, rijden gedeelde taxi’s en minibussen. Er is een vliegveld dat vooral de olie-industrie bedient; lijnvluchten zijn er niet altijd. Actuele informatie over de opties staat bij vervoer in Tsjaad.