Van de Centraal-Afrikaanse hoogten naar het meer
De Chari ontstaat in het noorden van de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar de Ouham, de Bamingui en de Gribingui samenvloeien. De Ouham geldt als belangrijkste bronrivier. Afhankelijk van welke bron je als beginpunt neemt, wordt de lengte op 1.200 tot 1.400 kilometer gesteld. De rivier stroomt in noordwestelijke richting door de savannes van zuidelijk Tsjaad, passeert Sarh en Bousso, neemt bij de hoofdstad de Logone op en mondt even ten noorden van N’Djamena uit in het Tsjaadmeer, via een uitwaaierende delta bij Djimtilo.
Het verval is gering: over honderden kilometers daalt de rivier nauwelijks, waardoor ze traag stroomt, sterk meandert en bij hoogwater grote vlakten laat onderlopen. Samen met de Logone levert de Chari naar schatting negentig procent van de totale aanvoer van het Tsjaadmeer. Wat er met de rivier gebeurt, bepaalt dus rechtstreeks het lot van het meer.
Hoogwater en laagwater
De waterstand kent een uitgesproken jaarritme, met een vertraging ten opzichte van de regens in het zuiden. De regens vallen daar van mei tot september; bij de hoofdstad valt de piek pas in oktober en november, waarna het peil daalt tot een minimum in april en mei. Het verschil is groot: op het hoogtepunt is de rivier bij N’Djamena een brede, snelstromende watermassa, in het late voorjaar een reeks geulen met zandbanken waar mensen doorheen waden. Het gemiddelde debiet bij de hoofdstad ligt in de orde van duizend kubieke meter per seconde, maar de spreiding tussen jaren is aanzienlijk. Droge jaren in het stroomgebied werken direct door in de omvang van het meer.
Leven in en langs het water
De Chari is visrijk. Het bekendste vangstproduct is de nijlbaars, in Tsjaad bekend als capitaine, die tot meer dan een meter lang wordt en op elke markt en menukaart van de hoofdstad opduikt; zie de Tsjadische keuken. Daarnaast worden tilapia, meervallen en alestessoorten gevangen; die laatste worden gedroogd en gerookt als salanga verhandeld tot ver buiten het land. In rustiger stukken en in de zijarmen leven nog nijlpaarden en krokodillen, al zijn de aantallen door jacht en menselijke druk sterk teruggelopen. Langs de oevers broeden reigers, ibissen, pelikanen en visarenden.
Voor de landbouw is de rivier onmisbaar. Op de gronden die na het hoogwater droogvallen, wordt berbéré geteeld, een sorghumvariëteit die op restvocht groeit zonder dat er nog regen valt; daarnaast rijst, maïs en groente in de tuinen langs de oever. In Moyen-Chari voedt hetzelfde water de katoenstreek. Over de betekenis daarvan voor het land gaat de pagina over landbouw.
Grens en verkeersader tegelijk: in N’Djamena scheidt niet de Chari maar de Logone Tsjaad van Kameroen. De Chari stroomt dwars door de stad; wie naar de zuidelijke wijken wil, steekt de brug van Chagoua over, terwijl pirogues van vissers en veerlui er nog altijd tussen de oevers pendelen.
Druk op het systeem
De rivier staat onder toenemende druk. Irrigatieprojecten stroomopwaarts, in Tsjaad en in de buurlanden, onttrekken water; bevolkingsgroei vergroot de vraag; en de aanvoer schommelt met het klimaat. Sinds de jaren zestig is de afvoer naar het meer duidelijk afgenomen, wat een van de hoofdoorzaken is van de krimp van het Tsjaadmeer. Ongezuiverd afvalwater van de hoofdstad en resten van gewasbeschermingsmiddelen uit de katoenteelt belasten de waterkwaliteit. De Lake Chad Basin Commission, waarin de oeverstaten samenwerken, probeert het beheer af te stemmen, maar heeft beperkte middelen.
De rivier zien
De eenvoudigste kennismaking is een wandeling langs de oevers in de hoofdstad, waar aan het eind van de middag vissers, wassers en veedrijvers samenkomen. Bootjes zijn ter plaatse te huur; fotograferen vraagt in Tsjaad om voorzichtigheid en soms om een vergunning. Verder stroomopwaarts liggen nationaal park Manda en de aanlegplaatsen bij Bousso. Ga uit van het droge seizoen, wanneer de wegen langs de rivier begaanbaar zijn: zie de beste reistijd en informeer vooraf over de veiligheidssituatie.