TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Economie — werk voor het merendeel van de bevolkingKatoen, gierst, sorghum, aardnoten en arabische gom

Landbouw in Tsjaad

Verreweg de meeste Tsjadiƫrs leven van het land, vrijwel altijd op kleine akkers en afhankelijk van de regen. Katoen was decennialang de exportpijler; daarnaast leveren gierst, sorghum, aardnoten, sesam en arabische gom het dagelijkse inkomen.

Drie klimaatzones, drie landbouwsystemen

De regen bepaalt alles. In het noorden, waar de Sahara begint, is regenlandbouw onmogelijk en groeit alleen iets in de oases: dadelpalmen, groente en wat graan op putwater. In de Sahel-gordel daartussen valt genoeg regen voor gierst en sorghum, gewassen die met weinig water toe kunnen. Het zuiden, met een regenseizoen van vier tot vijf maanden, is de graanschuur en de katoenstreek. Ruwweg vier op de vijf Tsjadiƫrs leven van landbouw, veeteelt of visserij, bijna altijd op enkele hectaren en zonder mechanisatie; de ploeg wordt getrokken door ossen als een gezin die kan betalen.

Katoen: van dwangteelt tot geprivatiseerd bedrijf

Katoen is het klassieke exportgewas. De Franse koloniale overheid voerde de teelt vanaf de jaren twintig in en verplichtte boeren in het zuiden een deel van hun akker eraan te wijden — een van de meest gehate maatregelen uit de koloniale tijd. Na de onafhankelijkheid nam het staatsbedrijf Cotontchad de inkoop, ontpitting en export over, met fabrieken in het zuiden en het zwaartepunt rond Moundou. Wisselende wereldprijzen en achterstallig onderhoud brachten het bedrijf in de problemen; in 2018 kwam een meerderheidsbelang in handen van een internationale agrarische handelsonderneming. Voor honderdduizenden gezinnen in Logone-Occidental, Mandoul en Tandjilé is de katoenprijs nog altijd het cijfer dat het jaar maakt.

Graan voor de eigen pot

Wat de meeste boeren verbouwen, verlaat het land niet: parelgierst en sorghum vormen de basis van de keuken, aangevuld met maïs, rijst in de laagtes langs de Logone en cassave in het zuiden. Een techniek die je zelden buiten deze regio ziet, is de berbéré: sorghum die niet in de regen wordt gezaaid maar ná het regenseizoen wordt overgeplant op zware kleigrond die langzaam opdroogt, zodat het gewas leeft van het vocht in de bodem. Zo wordt een tweede oogst mogelijk op grond die anders braak zou liggen. Toch kent Tsjaad vrijwel elk jaar een schrale periode tussen de laatste voorraad en de nieuwe oogst, waarin de graanprijzen op de markt fors oplopen.

Gom, sesam en spirulina

Naast katoen leveren enkele gewassen deviezen op. Arabische gom, het uitgeharde sap van acaciabomen in de Sahelgordel, wordt geoogst door boeren en herders en via handelaren geëxporteerd naar de voedingsmiddelen- en drankenindustrie; Tsjaad is na Soedan een van de grootste leveranciers ter wereld. Sesam en aardnoten zijn in twee decennia opgeklommen van tuinbouwgewas tot serieuze exportproducten, vooral richting Azië. En rond het Tsjaadmeer wordt al generaties lang blauwalg uit ondiepe poelen geschept. Hoe die producten de grens over gaan, staat bij handel en export.

Wat de oogst bedreigt

De regenval is grillig en de droogtes van 1973 en 1984 staan in het collectieve geheugen gegrift. Aan de andere kant komt overstroming even hard aan: in 2022 zetten de Chari en de Logone na uitzonderlijke regens grote delen van het zuiden en zelfs wijken van de hoofdstad onder water, met verwoeste oogsten tot gevolg. Daar komen woestijnsprinkhanen bij, plus het toenemende conflict tussen akkerbouwers en rondtrekkende herders over gewassen en doorgangsroutes, zie veeteelt. Ten slotte is de weg naar de markt vaak het probleem: zonder verharde weg blijft een goede oogst in het dorp liggen.

Blauwalg als handelswaar: vrouwen van de Kanembu scheppen bij het Tsjaadmeer spirulina uit de poelen, zeven die en drogen het tot harde koeken die op de markt worden verkocht. Onder de naam dihé gaat het als eiwitrijke saus door de keuken — en sinds voedingsdeskundigen de alg ontdekten, ook als exportproduct.

Verder lezen