Ligging in de overstromingssavanne
Am Timan ligt in het zuidoosten van Tsjaad, aan de Bahr Azoum, ook wel Bahr Salamat genoemd. De stad is de hoofdplaats van de provincie Salamat, een vlak gebied van savanne en overstromingsvlakten tussen de Sahel in het noorden en de vochtiger savanne in het zuiden, met de Centraal-Afrikaanse Republiek als buur. Er valt jaarlijks ruwweg 500 tot 800 millimeter regen, vrijwel alles tussen juni en september. In die maanden zwelt de Bahr Azoum aan tot een brede rivier en zetten de vlakten rond de stad onder water; in het droge seizoen valt de bedding grotendeels droog en blijven alleen poelen over waar vee en wild komen drinken.
Zaaien in de modder: in Salamat is berbéré het belangrijkste graan — een sorghumsoort die niet met de regen wordt gezaaid, maar erána. Boeren planten de zaailingen in de natte klei zodra het overstromingswater zich terugtrekt; het gewas groeit op de vocht die in de bodem is achtergebleven en wordt midden in het droge seizoen geoogst, zonder dat er nog een druppel regen valt.
Geschiedenis in het kort
Salamat lag in de negentiende eeuw aan de zuidrand van het invloedsgebied van het sultanaat Wadai, dat vanuit Abéché regeerde, en van kleinere sultanaten in de streek. De regio was berucht als jachtgebied voor slavenrazzia’s, onder meer door de krijgsheer Rabih az-Zubayr in de jaren negentig van die eeuw. Onder het Franse bestuur werd Am Timan een bestuurspost aan de rand van het bereikbare gebied, en die randpositie is grotendeels gebleven: Salamat hoort tot de minst ontsloten provincies van Tsjaad. Tijdens de burgeroorlogen en bij latere rebellenopstanden lag het gebied geregeld in de vuurlinie, en het herbergt sindsdien wisselende aantallen vluchtelingen en teruggekeerde TsjadiĆ«rs uit de Centraal-Afrikaanse Republiek.
Inwoners en bestaansmiddelen
Voor Am Timan circuleren uiteenlopende getallen. De volkstelling van 2009 kwam uit op enkele tienduizenden inwoners; huidige schattingen liggen ruwweg tussen de 35.000 en 60.000, afhankelijk van de bron en van de vraag of omliggende dorpen worden meegeteld. Betrouwbare recente tellingen ontbreken. De bevolking bestaat vooral uit Arabischsprekende groepen en Runga, met daarnaast herders die seizoensgewijs door het gebied trekken; zie etnische groepen. Men leeft van akkerbouw, van vee en van visserij: de vlakten van Salamat leveren in het natte seizoen veel vis, die gedroogd of gerookt naar de markten in het westen gaat. Verder is arabische gom een handelsproduct uit de acaciabossen, zie landbouw en veeteelt.
Zakouma en wat de stad biedt
De belangrijkste reden voor buitenlandse bezoekers om in Am Timan te komen ligt zo’n honderd kilometer naar het westen: nationaal park Zakouma, het bekendste natuurgebied van Tsjaad, met olifanten, giraffen, buffels en in het droge seizoen enorme concentraties vogels rond de laatste waterplassen. Am Timan is de dichtstbijzijnde stad met brandstof, telefoonbereik, een markt en een ziekenhuis, en fungeert daarmee als bevoorradingspunt voor het park en voor de hulporganisaties die in de provincie werken. De stad zelf is een uitgestrekte plaats van leemhuizen met een groot marktterrein; toeristische voorzieningen zijn er nauwelijks, overnachten gebeurt eenvoudig of in de kampen van het park, zie accommodatie.
Bereikbaarheid vanaf N’Djamena
Over de weg is het ongeveer 750 kilometer van N’Djamena naar Am Timan, via Bokoro, Mongo en Melfi. Grote delen van die route zijn onverhard; van juli tot oktober veranderen de kleibodems in modder en is de stad over land tijdenlang praktisch onbereikbaar. Reken buiten het regenseizoen op twee dagen met een terreinwagen. Am Timan heeft een landingsbaan die vooral wordt gebruikt door toestellen van hulporganisaties; bezoekers van Zakouma vliegen doorgaans met een charter rechtstreeks naar de landingsbaan in het park. Het park zelf is alleen in het droge seizoen open, ruwweg van december tot april, zie beste reistijd en het actuele reisadvies.