TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Steden — hoofdplaats van Batha aan de Batha-rivierCirca 430 km ten oosten van N’Djamena

Ati: sahelstad aan de Batha

Ati is de hoofdplaats van de provincie Batha en een van de belangrijkste veemarkten van de Tsjadische Sahel, aan een rivier die het grootste deel van het jaar droogstaat.

Een rivier die maar een paar maanden stroomt

Ati ligt in het midden van Tsjaad, aan de Batha, en is de hoofdplaats van de gelijknamige provincie Batha. De Batha is geen permanente rivier maar een wadi: een brede zandbedding die alleen tijdens en kort na het regenseizoen water voert, ruwweg van juli tot oktober. In die maanden stroomt hij oostwaarts naar het ondiepe meer Fitri; de rest van het jaar graven mensen putten in het zand om aan water te komen. Het landschap eromheen is typisch voor de Sahel: doornstruiken, verspreide acacia’s, zandruggen en kleivlakten die na de regen kortstondig groen kleuren. De neerslag ligt rond de 300 tot 400 millimeter per jaar en varieert sterk.

Inwonertal en bevolking

Cijfers zijn onzeker. De laatste volkstelling was in 2009; sindsdien bestaan er alleen projecties, die voor Ati doorgaans uitkomen tussen de 25.000 en 50.000 inwoners. De stad groeit door natuurlijke aanwas en doordat herdersfamilies zich er permanent vestigen. De bevolking is overwegend Arabischsprekend, met daarnaast Bilala, Kuka en Medogo — volken die vooral rond het meer Fitri wonen en daar hun eigen sultanaat kenden — plus Fulbe-veehouders en handelaren van elders. De islam is er dominant. Zie voor de bredere samenstelling van het land de volken van Tsjaad.

Karavaanhalte en bestuurspost

Ati ligt op de oude verbinding tussen het gebied rond het Tsjaadmeer en de sultanaten in het oosten. Karavanen met zout, vee en textiel passeerden hier op weg naar Wadai en verder naar Soedan en de Nijl. In de negentiende eeuw viel de streek beurtelings onder de invloedssfeer van Baguirmi en Wadai, staten die voortkwamen uit de wereld van Kanem-Bornu. Onder Frans bestuur werd Ati een administratief centrum aan de weg naar het oosten, een rol die de stad nooit meer verloor. Bij de bestuurlijke herindeling aan het begin van deze eeuw werd Ati hoofdplaats van de regio, later provincie, Batha.

Vee, gomarabicum en de markt

De economie draait om dieren. Rond Ati komen de trekroutes samen waarlangs kuddes rundvee, schapen, geiten en kamelen in het droge seizoen naar het zuiden trekken en na de regens terugkeren; de veemarkt van Ati is een schakel in de handel richting Nigeria en Kameroen, beschreven bij veeteelt in Tsjaad. Daarnaast leveren de acaciabossen gomarabicum, wordt er gierst en sorghum verbouwd op de kleigronden en telen boeren in de bedding van de Batha groenten zolang het grondwater hoog genoeg staat. De hele economie is gevoelig voor de regen: valt die tegen, dan verschuift alles.

Het meer waar de Batha in uitmondt: ongeveer honderd kilometer ten oosten van Ati ligt het meer Fitri, een ondiep, sterk in omvang wisselend binnenmeer zonder afvoer. Het is erkend als biosfeerreservaat en als watergebied van internationale betekenis onder het Ramsarverdrag. In droge jaren bereikt de Batha het meer nauwelijks, en dan krimpt Fitri tot een fractie van zijn omvang.

Droogte, honger en hulp

Batha behoort tot de zwaarst getroffen provincies bij droogte. De grote Saheldroogtes van het begin van de jaren zeventig en het midden van de jaren tachtig kostten in deze streek enorme aantallen dieren en dreven duizenden families naar de steden; Ati werd toen een centrum van voedselhulp, met opvangkampen en distributiepunten. Ook daarna bleven slechte regenjaren terugkeren, en voedselonzekerheid en ondervoeding onder jonge kinderen zijn er structurele problemen, zoals de pagina over gezondheidszorg in Tsjaad beschrijft. Hulporganisaties hebben er tot op vandaag een blijvende aanwezigheid.

Bereikbaarheid vanaf N’Djamena

Ati ligt aan de hoofdweg van N’Djamena naar Abéché, op circa 430 kilometer van de hoofdstad. Die weg is grotendeels verhard en daarmee een van de betere verbindingen van het land; bussen doen de rit in een dag. In het regenseizoen kunnen overstromende wadi’s het verkeer alsnog stilleggen. Er is een landingsbaan, maar geregelde lijnvluchten zijn er niet. Zie voor de praktische kant vervoer in Tsjaad.

Verder lezen