Klein, groen en vol
Logone Occidental ligt in het zuidwesten van Tsjaad, tegen de Kameroense grens. De provincie meet ongeveer 8.700 vierkante kilometer — nog geen procent van het land — en is daarmee de kleinste van de 23. In het noorden ligt Tandjilé, in het oosten Logone Oriental; in het westen en zuiden vormt de rivier de Logone over een lange afstand de grens met Kameroen. De rivier gaf de provincie haar naam en scheidt haar van de zusterprovincie aan de overkant van de bocht.
| Gegeven | Waarde |
|---|---|
| Hoofdplaats | Moundou |
| Oppervlakte | circa 8.700 km² |
| Inwoners | ruim 680.000 (volkstelling 2009); circa 1 miljoen volgens latere projecties |
| Neerslag | circa 1.000 tot 1.200 mm per jaar |
| Belangrijkste gewas | katoen |
Bevolkingsdichtheid: met ruim 680.000 inwoners op 8.700 vierkante kilometer zat Logone Occidental in 2009 al rond de tachtig inwoners per vierkante kilometer — ruim vijf keer het landelijke gemiddelde. In de woestijnprovincies van het noorden gaat het om minder dan één inwoner per vierkante kilometer.
Moundou, tweede stad van het land
Moundou is de hoofdplaats en na de hoofdstad de grootste stad van Tsjaad, met naar schatting ruim 200.000 inwoners (projectie op basis van de telling van 2009). De stad ligt aan de Logone en is gegroeid rond de katoenverwerking. Hier staat een van de grootste egreneerfabrieken van het land, waar de zaadpluis van de pit wordt gescheiden, en hier brouwt de nationale bierfabriek sinds de jaren zestig het merk Gala — het bekendste consumentenmerk van Tsjaad. Verder noordwaarts langs de weg ligt Kélo, de handelsstad die het katoengebied met de Logonevlakte verbindt.
Regen, savanne en een lang seizoen
Logone Occidental hoort tot de Soedanese klimaatzone: 1.000 tot 1.200 millimeter regen per jaar, verdeeld over een seizoen dat van mei tot oktober loopt. Dat is drie tot vier keer zoveel als in Centraal-Tsjaad. Het landschap bestaat uit boomsavanne met karité- en nérébomen, doorsneden door beken die in het droge seizoen verdwijnen. De keerzijde van de regen is de bereikbaarheid: zandwegen veranderen in modderbanen, en de verbinding met de rest van het land is dan afhankelijk van de weinige verharde assen. De weg van Moundou naar de Kameroense grens hoort tot de drukste corridors van de Tsjadische infrastructuur, omdat vrijwel alle import over land via Kameroen binnenkomt.
Ngambaye-land
De bevolking bestaat overwegend uit Ngambaye, de grootste van de Sara-groepen, aangevuld met kleinere gemeenschappen en met handelaren uit het noorden die zich in de steden vestigden. Het gebied is grotendeels christelijk en animistisch, met een sterke aanwezigheid van katholieke en protestantse missies die vanaf de jaren twintig scholen en klinieken bouwden. De volken van Tsjaad zijn hier dus anders verdeeld dan in de Sahelprovincies, en dat verschil werkt door in taal, godsdienst en politiek.
Waar het geld vandaan komt
De landbouw draagt de provincie: katoen als handelsgewas, daarnaast sorghum, maïs, aardnoten, cassave en sesam voor eigen gebruik en de markt. Katoen kwam hier in de koloniale tijd onder dwang van de grond — boeren waren verplicht een deel van hun akker met katoen in te zaaien — en bleef daarna de belangrijkste bron van contant geld op het platteland. De staatskatoenmaatschappij bepaalt jaarlijks de opkoopprijs, en die prijs is in het zuiden een politiek onderwerp van formaat. Naast katoen en bier zijn er kleinere bedrijven in olieslagerij, zeep en bouwmaterialen.
Wie verder wil kijken: in het noorden sluit Tandjilé aan, in het oosten Logone Oriental met het olieveld van Doba.