TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Natuur — ondiep meer zonder afvoer, gedeeld door vier landenRuim 25.000 km² in 1963 · een fractie daarvan vandaag

Het Tsjaadmeer: een meer dat kromp

Het Tsjaadmeer verloor sinds de jaren zestig het grootste deel van zijn oppervlak. Wat overbleef is een ondiep, sterk wisselend moeraslandschap waarvan miljoenen mensen leven.

Een ondiep meer zonder afvoer

Het Tsjaadmeer ligt op het punt waar Tsjaad, Kameroen, Niger en Nigeria elkaar raken, in een vlakke laagte midden in de Sahel. Het is een endoreïsch meer: er stroomt niets uit weg. Het water dat binnenkomt verdwijnt door verdamping en door wegzijging naar de bodem, en juist doordat het water toch zoet blijft, is het meer al lang een raadsel voor hydrologen. Ongeveer negentig procent van de aanvoer komt van de Chari en haar grote zijrivier de Logone; de rest komt van de Komadougou Yobé in Nigeria en van directe regen. Het meer is uitzonderlijk ondiep: gemiddeld anderhalve tot twee meter, met maximaal een meter of tien in het diepste deel. Een rug van zandbanken en riet, de Grote Barrière, deelt het in een noordelijk en een zuidelijk bekken.

De krimp: cijfers en oorzaken

In 1963 besloeg het meer ruim 25.000 vierkante kilometer — ongeveer het oppervlak van België. Twintig jaar later was het open water teruggelopen tot minder dan tweeduizend vierkante kilometer, en het noordelijke bekken viel tijdelijk zelfs helemaal droog. Sindsdien schommelt het totaal van open water, moeras en rietvelden grofweg tussen de twee- en veertienduizend vierkante kilometer, afhankelijk van seizoen en jaar. Twee oorzaken worden genoemd. De belangrijkste is de sterke afname van de neerslag in de Sahel vanaf omstreeks 1970, een omslag die het hele gebied trof. Daarnaast namen onttrekkingen voor irrigatie in het stroomgebied fors toe, onder meer door grote projecten in Nigeria en door een stuwdam in de Logone-vlakte in Kameroen. Het meer is bovendien zo ondiep dat een klein verschil in aanvoer meteen een groot verschil in oppervlak geeft.

Leven in en om het water

Ondanks alles is het meer productief. Er zwemmen tientallen vissoorten, waaronder tilapia, meerval en de nijlbaars die in Tsjaad kapitein heet; gedroogde en gerookte vis uit het meer gaat tot in Nigeria en Kameroen. In het riet en op de eilanden leven nijlpaarden, krokodillen en enorme aantallen watervogels, waaronder trekvogels die er vanuit Europa overwinteren. De Boudouma en Kanembu leven op en langs het water met platte boten en drijvende visnetten. Rond Bol worden in polders achter dijken tarwe en maïs verbouwd, en in kleine zoutige plassen wordt spirulina geoogst. Het meer voedt in het hele bekken een bevolking die op tientallen miljoenen mensen wordt geschat, en levert daarmee meer op per hectare dan het omringende droge land.

Het kouri-rund: op de eilanden van het Tsjaadmeer leeft een runderras dat nergens anders voorkomt. Kouri-runderen hebben enorme, opgezwollen horens met een sponsachtige binnenkant, en ze zwemmen makkelijk van eiland naar eiland om te grazen — vaak wordt verondersteld dat de lichte horens daarbij helpen. Door kruising met andere rassen en door de krimp van het meer is het ras zeldzaam geworden.

Beheer en beschermingsstatus

Het meer wordt sinds 1964 beheerd door een gezamenlijke commissie van de oeverstaten, opgericht in de toenmalige hoofdstad Fort-Lamy, het huidige N’Djamena. Die commissie verdeelt water, verzamelt gegevens en coördineert plannen; een van de meest besproken voorstellen is het overhevelen van water uit het stroomgebied van de Kongo, een idee dat al decennia wordt bestudeerd maar nooit is uitgevoerd. Het Tsjadische deel van het meer is in 2001 aangewezen als watergebied van internationale betekenis onder het Ramsarverdrag, met een oppervlakte van ruim anderhalf miljoen hectare; ook de buurlanden wezen hun deel aan. Het meer staat daarnaast op de voorlopige lijst voor de werelderfgoedlijst van UNESCO. Nationale-parkstatus heeft het niet, en handhaving is in de praktijk beperkt.

Het meer bezoeken

Het meer is vanuit de hoofdstad in principe binnen een dag te bereiken, via Massakory naar Bol of via de zuidelijke oever. In de praktijk is de veiligheidssituatie doorslaggevend: sinds het midden van de jaren tien opereren gewapende groepen op de eilanden en in het grensgebied, gold in de provincie Lac herhaaldelijk de noodtoestand en zijn honderdduizenden mensen ontheemd geraakt. Toegang tot de oevers en de eilanden is aan toestemming gebonden en verandert snel; raadpleeg het actuele reisadvies van je eigen overheid en de pagina veiligheid in Tsjaad. Wie er wel komt, gaat het best in het koele droge seizoen, wanneer de waterstand na de regens hoog is en de wegen begaanbaar zijn; zie de beste reistijd.

Verder lezen