Een munt uit 1945
De CFA-frank ontstond op 26 december 1945, toen Frankrijk de akkoorden van Bretton Woods bekrachtigde en voor zijn Afrikaanse gebieden een aparte munt invoerde. De afkorting stond aanvankelijk voor de frank van de Franse koloniën in Afrika; later werd zij omgedoopt tot een naam die op samenwerking wees. Tsjaad kende de munt dus al ruim vijftien jaar toen het in 1960 onafhankelijk werd, en anders dan Guinee of Mali — die na hun onafhankelijkheid een eigen munt invoerden — bleef het erin. De banden met het monetaire stelsel uit de koloniale tijd bleven daarmee intact.
Hoe de BEAC werkt
De munt van Tsjaad, met muntcode XAF, wordt uitgegeven door de Banque des États de l’Afrique Centrale, opgericht in 1972 en gevestigd in Yaoundé. Zes landen delen haar: Tsjaad, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Brazzaville, Equatoriaal-Guinea en Gabon, samen de gemeenschap CEMAC. De bank stelt de rente vast, beheert de deviezenreserves, drukt de biljetten en houdt via een gezamenlijke toezichthouder de commerciële banken in de gaten; in elke lidstaat zit een nationaal directoraat. Belangrijk detail voor Tsjaad: de olie-inkomsten komen in dollars binnen en worden bij de BEAC omgezet, wat de gezamenlijke reserves van de zone sterk laat meebewegen met de olieprijs, zie aardolie.
Van Franse frank naar euro
De koers lag decennialang vast op 50 CFA-frank voor één Franse frank. Op 12 januari 1994 volgde de enige devaluatie uit de geschiedenis van de munt: de waarde werd gehalveerd naar 100 CFA per Franse frank. Voor stadsbewoners in N’Djamena betekende dat van de ene dag op de andere een verdubbeling van de prijs van ingevoerde rijst, brandstof en medicijnen, terwijl salarissen gelijk bleven; voor exporteurs van vee en katoen werd de concurrentiepositie juist beter. Sinds 1 januari 1999 hangt de munt aan de euro. Frankrijk garandeert de inwisselbaarheid via een rekening bij de Franse schatkist, waarop de zone een deel van haar deviezenreserves aanhoudt.
Wat de koppeling oplevert en kost
Het voordeel is zichtbaar: de inflatie in de CFA-zone ligt structureel veel lager dan in landen als Nigeria of Ghana, en importeurs en investeerders lopen geen wisselkoersrisico tegenover de eurozone. Het nadeel is dat Tsjaad geen eigen monetair beleid heeft. Wanneer de euro sterk staat, wordt de Tsjadische uitvoer duurder uitgedrukt in de Nigeriaanse naira — en juist Nigeria is de grootste afzetmarkt voor Tsjadisch vee. Een herder in de Sahel merkt dus iets van beslissingen in Frankfurt, zie veeteelt en handel en export. Daarnaast beperken deviezenregels het vrije verkeer van geld, wat bedrijven als hinderlijk ervaren.
Het hervormingsdebat
Critici, onder wie Afrikaanse economen en activisten, noemen de munt een overblijfsel van koloniale zeggenschap: de Franse betrokkenheid bij het bestuur van de centrale banken en de verplichte reservestorting golden voor hen als symbolen daarvan. Verdedigers wijzen op de stabiliteit en vrezen dat een eigen munt in landen met zwakke overheidsfinanciën tot inflatie leidt. In de West-Afrikaanse zone, die een aparte CFA-frank kent, werd in 2019 een hervorming aangekondigd met een nieuwe naam, het einde van de reservestorting en het terugtreden van Frankrijk uit de bestuursorganen. In de Centraal-Afrikaanse zone waartoe Tsjaad behoort, is over vergelijkbare aanpassingen gesproken zonder dat de munt zelf veranderde. Wat dat praktisch betekent voor wie er betaalt, staat bij valuta in de praktijk.
Waar 655,957 vandaan komt: dat getal is geen marktuitkomst maar rekenwerk. De Franse frank ging in 1999 de euro in tegen 6,55957 frank per euro, en de CFA-frank stond toen op 100 CFA per Franse frank. Honderd maal 6,55957 geeft precies 655,957 — de koers die sindsdien ongewijzigd is.