TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Economie — olie, vee, gom en sesam de grens overCirca 1.700 km over de weg naar de haven van Douala

Handel en export van Tsjaad

Tsjaad verkoopt vooral ruwe olie, levend vee, arabische gom en sesam, en koopt vrijwel alles wat een fabriek maakt. Zonder zeehaven loopt die handel over lange corridors door Kameroen — en over grenzen waar de statistiek ophoudt.

Wat het land verkoopt

De uitvoer is scheef verdeeld. Ruwe olie levert het overgrote deel van de exportopbrengsten, doorgaans ergens tussen de tachtig en negentig procent, afhankelijk van de wereldmarktprijs; zie aardolie in Tsjaad. Daarna volgen op grote afstand levend vee, arabische gom, sesamzaad, aardnoten en katoenvezel. Die tweede categorie is voor de bevolking belangrijker dan het aandeel doet vermoeden: aan een vat olie verdient vrijwel niemand persoonlijk, aan een geƫxporteerde os een herder, een handelaar, een chauffeur en een marktmeester. Zie veeteelt en landbouw.

Wat het koopt

Ingevoerd wordt bijna alles wat industrie vereist: machines, vrachtwagens, motorfietsen, bouwmaterialen, medicijnen, kunstmest, elektronica en een deel van het voedsel — tarwe, rijst, suiker, plantaardige olie. China, Frankrijk, de Verenigde Arabische Emiraten, India en Kameroen behoren tot de vaste leveranciers, waarbij China zowel afnemer van olie als leverancier van goederen is. Doordat de invoer in vreemde valuta wordt betaald en de munt vastligt aan de euro, slaat een dure euro direct door in de importprijzen, zie de CFA-frank.

Zonder kust: de corridor naar Douala

Tsjaad ligt zo’n 1.700 kilometer van de dichtstbijzijnde grote zeehaven, Douala in Kameroen. Vrijwel alle containers voor N’Djamena komen daar aan land en leggen de rest per vrachtwagen af, over een route die in het regenseizoen slecht begaanbaar is en waarop douaneposten, wegcontroles en wachttijden de kosten opdrijven. Een zending is vaak weken onderweg, en de vervoerskosten kunnen een veelvoud zijn van de zeevracht die eraan voorafging. Dat verklaart waarom vrijwel elk geĆÆmporteerd product in Tsjaad duurder is dan bij de buren en waarom wegenbouw hier een handelspolitiek onderwerp is, zie infrastructuur. Als lid van de Centraal-Afrikaanse douane-unie CEMAC hanteert Tsjaad een gemeenschappelijk buitentarief met vijf buurlanden.

De handel die de statistiek mist

Naast de formele stroom bestaat een grensverkeer dat zich aan cijfers onttrekt. Met Nigeria wordt over het Tsjaadmeer en langs de zuidwestgrens gehandeld in brandstof, textiel en consumptiegoederen; de opstand van Boko Haram en gesloten grenzen hebben die markten jarenlang ontwricht. Naar het noorden loopt via Faya-Largeau een oude karavaanroute richting Libië, waarover tegenwoordig vooral goederen en brandstof gaan. En in het oosten is de overgang bij Adré in Ouaddaï sinds het uitbreken van de oorlog in Soedan in 2023 verschoven van gewone marktplaats naar humanitaire doorvoerroute, terwijl de gewone handel met Darfoer grotendeels stilviel.

Een balans die met de olieprijs meebeweegt

Omdat één product de uitvoer domineert en de invoer breed is, kantelt de handelsbalans mee met de olieprijs: in goede jaren een overschot, in slechte jaren een tekort dat direct aan de staatskas trekt. Diversificatie is al decennia het beleidsdoel, en er zijn aanwijsbare successen — sesam en gom groeiden in twintig jaar van marginale posten tot serieuze exportproducten. Tegelijk blijft de kern van het probleem dat verwerkende industrie vrijwel ontbreekt: de gom wordt in ruwe vorm verscheept en de katoenvezel elders tot garen gesponnen, zodat de winst verderop in de keten valt.

De hoofdstad grenst aan het buitenland: N’Djamena ligt aan de Chari, en aan de overkant van de Ngueli-brug begint Kameroen met de stad Kousseri. Een groot deel van de dagelijkse marktaanvoer van de hoofdstad passeert dus een internationale grens; als de brug dichtgaat, merken de markten van N’Djamena dat binnen een dag aan de prijzen.

Verder lezen