De overgangsraad van april 2021
Toen op 20 april 2021 de dood van Idriss Déby bekend werd gemaakt, schoof het leger de grondwet terzijde en stelde het een overgangsraad van vijftien generaals in, geleid door zijn zoon Mahamat Idriss Déby Itno. Parlement en regering werden ontbonden. De raad beloofde een overgang van achttien maanden, eenmaal verlengbaar, met verkiezingen aan het eind. Oppositiepartijen en vakbonden noemden de machtsoverdracht een staatsgreep; de Afrikaanse Unie schortte het lidmaatschap niet op, wat haar op kritiek kwam te staan.
Doha, de nationale dialoog en 20 oktober 2022
In 2022 onderhandelde de overgangsregering in Doha met tientallen gewapende bewegingen; in augustus tekende een deel van hen een akkoord, maar de belangrijkste beweging, het FACT, weigerde. Van augustus tot oktober 2022 kwam in N’Djamena een nationale dialoog bijeen. Die verlengde de overgangsperiode met twee jaar en maakte Mahamat Déby verkiesbaar — precies wat eerder was uitgesloten. Op 20 oktober 2022 sloegen veiligheidstroepen protesten daartegen neer; volgens de autoriteiten vielen tientallen doden, volgens mensenrechtenorganisaties aanzienlijk meer. Premier Succès Masra vluchtte naar het buitenland en keerde eind 2023 terug na een akkoord in Kinshasa.
Nieuwe grondwet en verkiezingen
Op 17 december 2023 stemde een meerderheid in een referendum voor een nieuwe grondwet, die de eenheidsstaat handhaafde tegenover pleidooien voor federalisme. De campagne verliep in een gespannen klimaat; op 28 februari 2024 kwam oppositieleider Yaya Dillo om bij een schietpartij bij zijn partijkantoor in de hoofdstad. Bij de presidentsverkiezing van 6 mei 2024 werd Mahamat Déby met ruim zestig procent van de stemmen tot winnaar uitgeroepen; hij legde op 23 mei de eed af. Op 29 december 2024 volgden de eerste parlementsverkiezingen sinds 2011, die door een groot deel van de oppositie werden geboycot en die de regeringspartij MPS een ruime meerderheid opleverden. Begin 2025 kreeg het land voor het eerst een Senaat.
Breuk met Frankrijk
Eind november 2024 zegde Tsjaad het defensieakkoord met Frankrijk op. Het was de laatste Sahelstaat waar Franse troepen permanent gelegerd waren; de basis in N’Djamena bestond sinds de operaties van de jaren tachtig. De laatste militairen vertrokken eind januari 2025. Tsjaad zocht tegelijk nauwere banden met onder meer Hongarije, de Verenigde Arabische Emiraten, Turkije en Rusland. Het vertrek van de Fransen paste in een bredere golf: Mali, Burkina Faso en Niger hadden dezelfde stap eerder gezet.
Vluchtelingen en onveilige grenzen
Sinds april 2023 woedt in buurland Soedan een oorlog die honderdduizenden mensen de grens over dreef, vooral naar Ouaddaï, Sila en Wadi Fira. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie ving Tsjaad daardoor in 2025 meer dan een miljoen vluchtelingen en teruggekeerde Tsjadiërs op, bovenop eerdere groepen uit Soedan en de Centraal-Afrikaanse Republiek — een zware last voor een land met een eigen snel groeiende bevolking. Aan de westkant blijft de opstand van Boko Haram rond het Tsjaadmeer aanhouden: in oktober 2024 kwamen bij een aanval op een legerpost op het schiereiland Barkaram tientallen militairen om, waarna het leger een tegenoffensief begon.
Twee families, één hoofdstad: sinds 1990 heeft Tsjaad alleen presidenten uit dezelfde familie gekend. Mahamat Déby was ten tijde van zijn aantreden begin dertig en daarmee een van de jongste staatshoofden ter wereld.
Wat er vandaag nog van te zien is
De overgang heeft het straatbeeld veranderd. In het oosten zijn rond Adé en Abéché grote vluchtelingenkampen ontstaan, met hulporganisaties die het lokale wegennet en de watervoorziening gebruiken en uitbreiden; Abéché is daardoor opnieuw een logistiek knooppunt. De Franse basis in N’Djamena is overgedragen aan het Tsjadische leger. De olieproductie blijft de belangrijkste bron van overheidsinkomsten, terwijl het land afhankelijk is van buitenlandse hulp. Wie het land bezoekt, merkt de gevolgen vooral aan de reisbeperkingen in de grensprovincies; zie veiligheid in Tsjaad voor de actuele situatie.