Diepe tijd: Toumaï en de groene Sahara
De geschiedenis van Tsjaad begint ver voor de eerste staten. In 2001 vond een Frans-Tsjadisch team in de Djourab-woestijn in Borkou een schedel die de bijnaam Toumaï kreeg en die op ongeveer zeven miljoen jaar wordt geschat — een van de oudste vondsten die met de menselijke stamboom in verband worden gebracht. In 1995 was in dezelfde streek al een kaakfragment van circa 3,5 miljoen jaar oud opgegraven. Tussen ruwweg 8000 en 3000 v.Chr. was de Sahara een savanne met meren en rivieren; uit die periode stammen de rotstekeningen van vee, jagers en wagens in het Ennedi en Tibesti. Toen het klimaat verdroogde, trokken mensen naar het slinkende Tsjaadmeer, waar de Sao-cultuur haar in klei gebakken beeldjes en ommuurde dorpen achterliet.
Sleuteljaren van Tsjaad
| Jaar | Gebeurtenis |
|---|---|
| ca. 700 | Ontstaan van het koninkrijk Kanem ten noordoosten van het meer |
| ca. 1075 | Mai Hummay: de islam wordt hofgodsdienst; begin Sayfawa-dynastie |
| 1210–1248 | Dunama Dabbalemi brengt Kanem op zijn hoogtepunt |
| 14e eeuw | Hof wijkt onder druk van de Bulala uit naar Bornu |
| ca. 1470 | Stichting van de hoofdstad Ngazargamu |
| 16e eeuw | Sultanaat Baguirmi met hoofdstad Massenya |
| 1571–1603 | Idris Alooma: hoogtepunt van Bornu, vuurwapens en islamitisch recht |
| 17e eeuw | Sultanaat Ouaddaï in het oosten |
| 1808 | Fulani-strijders plunderen Ngazargamu |
| 1846 | Einde van de Sayfawa-dynastie |
| 1893 | Krijgsheer Rabih az-Zubayr verovert Bornu |
| 22 april 1900 | Rabih verslagen en gedood bij Kousséri |
| 29 mei 1900 | Stichting van de militaire post Fort-Lamy |
| 1910 | Tsjaad gaat op in Frans-Equatoriaal-Afrika |
| 1920 | Aparte kolonie binnen de federatie |
| 1928 | Verplichte katoenteelt in het zuiden |
| 26 aug. 1940 | Als eerste kolonie aansluiting bij het Vrije Frankrijk |
| 1958 | Autonome republiek binnen de Franse Gemeenschap |
| 11 aug. 1960 | Onafhankelijkheid; François Tombalbaye staatshoofd |
| 1962 | Verbod op alle partijen behalve de PPT |
| 1 nov. 1965 | Belastingoproer in Mangalmé: begin van de burgeroorlog |
| 1966 | Oprichting van het FROLINAT in Soedan |
| 1973 | Libië bezet de Aozou-strook; Fort-Lamy wordt N’Djamena |
| 13 april 1975 | Staatsgreep; Tombalbaye komt om |
| 1979 | Slag om N’Djamena; overgangsregering onder Goukouni Oueddei |
| 7 juni 1982 | Hissène Habré verovert de hoofdstad |
| 1983–1986 | Franse operaties Manta en Épervier |
| 1986–1987 | Toyota-oorlog: Libische troepen uit het noorden verdreven |
| 1 dec. 1990 | Idriss Déby neemt de macht over |
| 3 feb. 1994 | Internationaal Gerechtshof wijst Aozou aan Tsjaad toe |
| 1996 | Nieuwe grondwet en eerste meerpartijenverkiezing |
| 2003 | Eerste olie-uitvoer via de pijpleiding naar Kameroen |
| 2006 en 2008 | Rebellenoffensieven tot in N’Djamena |
| 2015 | Tsjadisch offensief tegen Boko Haram; aanslagen in de hoofdstad |
| 30 mei 2016 | Habré in Dakar veroordeeld tot levenslang |
| 20 april 2021 | Dood van Idriss Déby; militaire overgangsraad |
| okt. 2022 | Nationale dialoog; neergeslagen protesten op 20 oktober |
| dec. 2023 | Referendum over een nieuwe grondwet |
| mei 2024 | Mahamat Idriss Déby tot president verkozen |
| jan. 2025 | Laatste Franse militairen verlaten het land |
Patronen in de tijdlijn
Drie lijnen keren terug. De eerste is de as noord-zuid: de rijken rond het meer keken naar de Sahara en de Middellandse Zee, de Franse kolonisator ontwikkelde alleen het katoenrijke zuiden, en sinds 1965 vecht elke opstand die tegenstelling opnieuw uit. De tweede is buitenlandse inmenging — Frans, Libisch, Soedanees — die de binnenlandse machtsstrijd telkens versterkte. De derde is de rol van het leger: sinds 1975 is elke machtswisseling gewapend verlopen. Wie die lijnen wil volgen, kan het beste doorlezen over de koloniale tijd, de burgeroorlogen en Tsjaad na 2021.
Zeven miljoen jaar in één vitrine: de schedel van Toumaï wordt bewaard in Tsjaad zelf en is als afgietsel te zien in het nationaal museum in de hoofdstad — het oudste tentoongestelde object van het land ligt dus in dezelfde stad als de jongste politieke geschiedenis.
Wat er vandaag nog van te zien is
Bijna elke fase uit deze tijdlijn heeft een plek in het landschap. De rotskunst uit de groene Sahara staat in het Ennedi op de werelderfgoedlijst; de sultanspaleizen in Abéché en Massenya herinneren aan de rijken; het raster van de oude wijken van N’Djamena aan Fort-Lamy; de katoenfabrieken bij Moundou aan de koloniale economie; de wrakken en mijnenvelden in het noorden aan de oorlog met Libië; en de pijpleiding vanaf Doba aan de olieperiode. Voor bezoekers geldt dat de meeste van deze plekken alleen met voorbereiding bereikbaar zijn.