Van Faya-Largeau naar Parijs
Hissène Habré werd omstreeks 1942 geboren in de omgeving van Faya-Largeau, in een Toubou-herdersfamilie. Hij viel op school op, werkte voor het koloniale bestuur en kreeg een beurs voor Frankrijk, waar hij politieke wetenschappen en rechten studeerde. Terug in Tsjaad koos hij niet voor een ambtelijke loopbaan maar sloot hij zich in 1971 aan bij het noordelijke commando van het FROLINAT, dat toen al enkele jaren tegen de regering vocht in de burgeroorlog.
De zaak-Claustre en de breuk met Goukouni
In april 1974 ontvoerden Habrés manschappen in Bardaï drie Europeanen, onder wie de Franse archeologe Françoise Claustre. De gijzeling duurde jaren en verstoorde de betrekkingen met Parijs grondig; een Franse officier die moest onderhandelen, werd in 1975 gedood. De affaire leidde ook tot een breuk met Goukouni Oueddei: vanaf 1976 voerde Habré zijn eigen Forces Armées du Nord aan. In 1978 werd hij korte tijd premier onder generaal Malloum, waarna hij zich in 1979 in N’Djamena tegen het regeringsleger keerde. Op 7 juni 1982 veroverde hij de hoofdstad; op 21 juni werd hij president.
De DDS
Habré bouwde een staat rond zijn eigen persoon. De in 1983 opgerichte Direction de la Documentation et de la Sécurité (DDS) rapporteerde rechtstreeks aan het presidentiële paleis en hield zich bezig met het opsporen, gevangenzetten en ondervragen van tegenstanders. Detentiecentra in de hoofdstad, waaronder een voormalig zwembad dat als ondergrondse gevangenis werd gebruikt, kregen een beruchte naam. De repressie richtte zich telkens op de bevolkingsgroep waaruit de laatste tegenstand kwam: in 1983 en 1984 op het zuiden, in 1987 op de Hadjerai in Guéra, in 1989 op de Zaghawa in het oosten. Dat groepsgewijze karakter maakte de vervolging in de ogen van latere rechters tot een misdaad tegen de menselijkheid, en versterkte de etnische breuklijnen in het land.
Val en ballingschap
In 1989 brak stafchef Idriss Déby met Habré en vluchtte naar Soedan. Op 1 december 1990 trok Déby’s beweging N’Djamena binnen; Habré week uit naar Senegal, waar hij ruim twintig jaar ongemoeid in Dakar woonde. Een Tsjadische onderzoekscommissie kwam in 1992 tot de schatting dat onder zijn bewind ongeveer 40.000 mensen door de staat waren gedood. In 2001 vond Human Rights Watch tienduizenden achtergelaten DDS-documenten in N’Djamena; daarin waren 1.208 sterfgevallen in detentie en 12.321 slachtoffers van mensenrechtenschendingen bij naam terug te vinden.
Het proces in Dakar
Slachtofferorganisaties begonnen in 2000 een juridische strijd die zestien jaar zou duren, met aanklachten in Senegal en België en uitspraken van het Internationaal Gerechtshof en Afrikaanse rechtbanken. In 2013 stelden de Afrikaanse Unie en Senegal de Buitengewone Afrikaanse Kamers in. Het proces begon in juli 2015; op 30 mei 2016 werd Habré veroordeeld tot levenslang wegens misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden, foltering en verkrachting. In april 2017 bevestigde de beroepskamer het vonnis en kende zij de slachtoffers een schadevergoeding van tientallen miljarden CFA-frank toe, waarvan in de praktijk weinig is uitbetaald. Habré stierf op 24 augustus 2021 in Dakar aan de gevolgen van covid-19.
Een primeur: het vonnis van 2016 was de eerste keer dat de rechter van het ene land een voormalig staatshoofd van een ander land veroordeelde voor mensenrechtenmisdrijven. Het proces geldt sindsdien als voorbeeld voor Afrikaanse rechtspraak over eigen machthebbers.
Wat er vandaag nog van te zien is
In N’Djamena staan de gebouwen van de DDS er nog; over een permanent herdenkingsmuseum op die plek wordt al jaren gesproken. De archieven die in 2001 werden gered, zijn gedigitaliseerd en vormen de kern van het bewijsmateriaal dat in Dakar werd gebruikt. In Tsjaad zelf veroordeelde een rechtbank in 2015 twintig oud-medewerkers van de veiligheidsdienst; enkelen zitten nog vast. De slachtofferverenigingen bestaan nog steeds en voeren campagne voor uitbetaling van de vergoedingen. Voor een overzicht van deze periode in verhouding tot de rest van de landsgeschiedenis: de tijdlijn van Tsjaad.