TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Provincies — rivierland en oud sultanaatHoofdplaats: Massenya · ca. 45.000 km²

Chari-Baguirmi: rivierprovincie rond een oud sultanaat

Chari-Baguirmi omsluit de hoofdstad aan de oostzijde en draagt de namen van twee zaken die het gebied bepaalden: de rivier de Chari en het sultanaat Baguirmi, dat hier vier eeuwen lang de dienst uitmaakte.

Een provincie om de hoofdstad heen

Chari-Baguirmi ligt in het zuidwesten van Tsjaad en beslaat ongeveer 45.000 vierkante kilometer. De provincie sluit als een halve ring aan op de hoofdstedelijke provincie N’Djamena, die er als enclave in ligt. In het noorden grenst Chari-Baguirmi aan Hadjer-Lamis, in het noordoosten aan Batha, in het oosten aan Guéra, in het zuiden aan Moyen-Chari en in het zuidwesten aan Mayo-Kebbi Est. Doordat vrijwel al het verkeer van en naar de hoofdstad over haar wegen loopt, is Chari-Baguirmi economisch sterker met N’Djamena verweven dan welke andere provincie ook.

Massenya: een hoofdplaats zonder stadsallure

De hoofdplaats Massenya was ooit de residentie van de sultans van Baguirmi en telde in de negentiende eeuw naar verluidt tienduizenden inwoners. Vandaag is het een bescheiden plaats van hooguit enkele duizenden mensen, met een bestuurskantoor, een markt en de resten van de oude vorstenstad. Grotere plaatsen in de provincie zijn Mandelia, dat aan de weg naar het zuiden ligt, en vooral Bousso aan de Chari, een overslagplaats voor landbouwproducten. Dat de bestuurszetel niet de grootste plaats van het gebied is, heeft alles met geschiedenis te maken: Massenya werd hoofdplaats omdat het dat als sultanaatshoofdstad al eeuwen was.

Het sultanaat Baguirmi

Het sultanaat Baguirmi ontstond in de zestiende eeuw ten zuidoosten van het Tsjaadmeer en groeide uit tot een van de drie machtscentra van het huidige Tsjaad, naast Kanem-Bornu in het westen en Wadai in het oosten. De heersers namen de islam aan en Baguirmi werd een schatplichtige buurstaat van Bornu, later van Wadai. In 1893 werd Massenya verwoest door de troepen van de krijgsheer Rabih az-Zubayr; enkele jaren later plaatste Frankrijk het sultanaat onder protectoraat. Het sultanaat bestaat nog altijd als traditionele instelling met een ceremoniële rol, zoals meer vorstendommen in Tsjaad. De Barma, de bevolkingsgroep waaruit de dynastie voortkwam, spreken het Bagirmi en zijn vrijwel geheel moslim; zie ook de pagina over religie in Tsjaad.

Rivier, klei en regen

De provincie ligt op de vlakte van de Chari, die haar in het westen doorsnijdt en bij de hoofdstad samenvloeit met de Logone. Het reliëf is minimaal: over honderden kilometers verandert de hoogte nauwelijks, waardoor de rivier bij hoogwater in augustus en september brede stukken land onder zet. Het klimaat is sahelisch tot soedanees, met een regenseizoen van juni tot september dat in het zuiden van de provincie 600 tot 800 millimeter oplevert en in het noorden duidelijk minder. Op de zware kleigronden staat na de regens water dat langzaam wegzakt — precies de omstandigheid waarop de streekeigen landbouw is gebouwd.

Bevolking en bestaansmiddelen

Bij de volkstelling van 2009 telde Chari-Baguirmi ruim zeshonderdduizend inwoners; projecties komen nu op circa 900.000 uit (schatting). Naast de Barma wonen er Tsjadische Arabieren, Kotoko langs de rivier, Fulani-veehouders en talrijke migranten uit het zuiden. De pagina over etnische groepen zet de verhoudingen op een rij. De boeren verbouwen gierst, sorghum en overgeplante sorghum op de kleivlakten, en langs de Chari rijst en groente. Doordat de hoofdstad om de hoek ligt, is tuinbouw hier lonender dan elders: uien, tomaten, sla en meloenen gaan dagelijks per pick-up naar de markten van N’Djamena. Verder zijn er visserij in de rivier en veehouderij op de vlakten; zie het overzicht van de landbouw in Tsjaad.

Water als seizoenswerk: in de overstromingsvlakten rond Bousso zakt het rivierwater vanaf oktober terug en laat het een laag vochtige klei achter. Boeren planten daar dan sorghumzaailingen in, die zonder een druppel regen tot de oogst in februari of maart doorgroeien op het vocht dat in de bodem is opgeslagen.

Verder lezen