Ligging en buurprovincies
Batha beslaat het centrale deel van de Tsjadische Sahel en meet ongeveer 88.000 vierkante kilometer, ruim twee keer de oppervlakte van Nederland. De provincie heeft geen buitenlandse grens en is aan alle kanten omsloten door andere Tsjadische provincies: in het westen Hadjer-Lamis, in het noordwesten Barh el Gazel, in het noordoosten Wadi Fira, in het oosten Ouaddaï, in het zuidoosten Salamat, in het zuiden Guéra en in het zuidwesten Chari-Baguirmi. Die centrale positie bepaalt het karakter van Batha: de verharde hoofdverbinding van N’Djamena naar het oosten doorsnijdt de provincie over de volle breedte, en wie over land naar Abéché of Soedan reist, komt er hoe dan ook doorheen.
Ati, hoofdplaats aan een rivier zonder water
De hoofdplaats Ati ligt aan de Batha, de seizoensrivier die de provincie haar naam gaf. Die rivier voert alleen tijdens en kort na het regenseizoen water; de rest van het jaar is de bedding een brede zandvlakte waarin bewoners putten graven om bij het grondwater te komen. Ati telt naar schatting enkele tienduizenden inwoners — exacte cijfers ontbreken, omdat de laatste volkstelling uit 2009 stamt en alle latere getallen projecties zijn. De stad is bestuurszetel, veemarkt en uitvalsbasis voor hulporganisaties die in Batha voedselprogramma’s uitvoeren. Verder oostwaarts ligt Oum Hadjer, de tweede handelsplaats van de provincie; in het zuidwesten ligt Yao, de zetel van het sultanaat van Fitri.
Landschap, klimaat en het meer Fitri
Batha kent grofweg drie landschappen:
- de zandvlakten en lage duinen in het noorden, waar de sahel overgaat in halfwoestijn en de begroeiing tot losse doornstruiken beperkt blijft;
- de kleivlakten in het midden, die na de regens barsten en waarop de karakteristieke overgeplante sorghum groeit;
- de moerassige oevers van het meer Fitri in het zuidwesten, een gesloten kom die door de Batha wordt gevoed.
Fitri is een ondiep, zoet binnenmeer zonder afvoer. De oppervlakte schommelt sterk met de regenval, van enkele honderden tot ruim duizend vierkante kilometer, en in droge jaren valt een groot deel van het meer droog. UNESCO wees het gebied eind jaren tachtig aan als biosfeerreservaat en het staat ook op de lijst van internationaal belangrijke watergebieden. Het regenseizoen duurt van juli tot september en levert doorgaans 300 tot 400 millimeter neerslag; van november tot mei valt er vrijwel niets en waait de droge harmattan uit het noordoosten.
Bevolking en volken
Bij de telling van 2009 had Batha ruim een half miljoen inwoners; projecties komen inmiddels uit op circa 800.000 (schatting). De bevolkingsdichtheid blijft daarmee laag, en een groot deel van de bewoners verplaatst zich met het seizoen. Arabischsprekende veehoudersgroepen vormen de grootste categorie; rond het meer Fitri wonen de Bilala, die er landbouw en visserij combineren, met in hun omgeving verwante groepen als de Kouka en de Medogo. Meer over die verhoudingen staat op de pagina over etnische groepen. Bijna iedereen in Batha is moslim, en het Tsjadisch Arabisch fungeert als omgangstaal tussen de groepen.
Waarvan de provincie leeft
Batha is bovenal veehoudersgebied: runderen, schapen, geiten en in het noorden kamelen. De kuddes trekken in het regenseizoen noordwaarts en zakken in het droge seizoen weer af naar de rivierbeddingen en het meer, een patroon dat op de pagina veeteelt uitgebreider aan bod komt. Daarnaast verbouwen boeren gierst en sorghum, in de kleivlakten via het overplanten van zaailingen die op restvocht groeien in plaats van op regen. Het oogsten van arabische gom uit acacia’s levert extra inkomen op, en aan het meer Fitri wordt gevist en groente geteeld op de terugtrekkende oevers. Zie ook het overzicht van de landbouw. Wrijving tussen doortrekkende herders en akkerbouwers over gewasschade en waterpunten is in Batha een terugkerend probleem.
Een sultanaat dat een rijk versloeg: de sultans van Fitri in Yao stammen af van de Bulala, die in de veertiende eeuw het rijk Kanem zo hard troffen dat de heersende Sayfawa-dynastie haar kerngebied moest opgeven en naar Bornu uitweek, ten westen van het Tsjaadmeer.