TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Provincies — overstromingsvlakte langs de LogoneHoofdplaats: Bongor · ca. 18.000 km²

Mayo-Kebbi Est: rijst, vis en de vlakten van de Logone

Tussen Bongor en Fianga ligt land dat elk najaar onder water staat. Mayo-Kebbi Est leeft van rijst, vis en vee — en van een grens met Kameroen die dwars door families loopt.

De Logone als grens en levensader

Mayo-Kebbi Est ligt in het zuidwesten van Tsjaad, ingeklemd tussen de rivier de Logone en het binnenland. De rivier vormt over vrijwel de hele lengte de grens met Kameroen; aan de overkant ligt de Kameroense stad Yagoua, op zichtafstand van de Tsjadische oever. Binnen Tsjaad grenst de provincie in het westen en zuiden aan Mayo-Kebbi Ouest, in het oosten aan Tandjilé en in het noorden aan Chari-Baguirmi. De oppervlakte bedraagt ongeveer 18.000 vierkante kilometer.

De provincie telt vier departementen, met naast de hoofdplaats Bongor de plaatsen Gounou Gaya, Fianga en Gueléndeng. Die laatste ligt aan de doorgaande weg naar N’Djamena, op ongeveer 250 kilometer van Bongor.

Land dat elk jaar verdwijnt

Het kenmerkende landschap zijn de yaérés: vlakke graslanden die tussen augustus en november door de buiten haar oevers tredende Logone onder water komen te staan. Het water blijft er weken tot maanden staan en zakt daarna langzaam terug, waarbij het vis achterlaat in duizenden poelen en een vochtige bodem waarop nog een tweede gewas kan groeien. Boeren zaaien op die restvochtige klei berbéré, een sorghumvariant die zonder regen tot rijping komt. Het klimaat is Soedano-Saheliaans, met circa 700 tot 900 millimeter neerslag tussen juni en september. In het zuiden liggen de meren van Fianga en Tikem, deels gedeeld met Kameroen, met daaromheen de Mont d’Illi, een geïsoleerde heuvelrug die boven de vlakte uitsteekt.

Massa, Toupouri en Marba

Mayo-Kebbi Est is een van de etnisch meest herkenbare streken van Tsjaad. Langs de Logone wonen de Massa, vissers en veehouders; rond Fianga en Gounou Gaya de Toupouri en de Marba, en verder naar het noorden de Kim. Bij de telling van 2009 woonden er bijna 770.000 mensen, en projecties komen inmiddels op circa 1,1 miljoen — opnieuw een schatting, want een nieuwe telling ontbreekt. De dichtheid ligt daarmee ver boven het landelijk gemiddelde. Een groot deel van de bevolking is christelijk of aanhanger van traditionele godsdiensten, met islamitische minderheden in de handelsplaatsen; de landelijke verhoudingen staan bij religie in Tsjaad.

De gurna: bij de Massa trekken jonge mannen zich in de droge tijd wekenlang terug om alleen melk en rode-sorghumpap te drinken. Doel is fors in gewicht toenemen; wie er dik en glanzend uitkomt, oogst aanzien. De kuur is een van de bekendste rituelen van Tsjaad en wordt nog altijd in dorpen langs de Logone gehouden.

Rijst, vis en vee

De economie draait om drie dingen. Ten eerste rijst: rond Bongor liggen de grootste bevloeide rijstpercelen van Tsjaad, aangelegd met steun van ontwikkelingsprojecten en bewerkt door boerencoöperaties. Ten tweede vis, uit de rivier en uit de restpoelen van de yaérés, gedroogd of gerookt en verhandeld tot in de hoofdstad. Ten derde vee: rundvee en kleinvee van lokale boeren, aangevuld met kuddes die in het droge seizoen uit de Sahel afzakken. Verder telt de provincie sorghum, aardnoten, katoen en uiën; de landelijke context staat bij landbouw in Tsjaad.

De grens met Kameroen is economisch even belangrijk als de rivier. Kano’s en veerponten brengen dagelijks handelaren over en weer, en veel gezinnen hebben familie aan beide zijden. Formele en informele handel lopen daarbij door elkaar heen.

Buurprovincies

Wie de provincie verlaat, komt in het westen en zuiden in Mayo-Kebbi Ouest terecht, met Pala en het meer van Léré; in het oosten begint Tandjilé en stroomafwaarts richting de hoofdstad ligt Chari-Baguirmi.

Verder lezen