TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Cultuur — geloofspraktijk en religieuze instellingenSeculiere staat · islam sinds de 11e eeuw

Religie in Tsjaad: praktijk, gemeenschappen en instellingen

Moskee, kerk en voorouderverering bestaan in Tsjaad naast elkaar, in een staat die zichzelf uitdrukkelijk seculier noemt. Deze pagina gaat over hoe er geloofd en georganiseerd wordt.

Een seculiere staat met twee grote geloofsgemeenschappen

De Tsjadische grondwet omschrijft het land als een seculiere republiek: de staat kent geen godsdienst en beschermt de vrijheid van eredienst. Tegelijk is die staat allesbehalve geloofsblind. De officiële feestdagenkalender bevat zowel islamitische als christelijke feesten, staatshoofden bezoeken bij hoge feesten de grote moskee én de kathedraal, en religieuze koepels worden bij openbare kwesties om advies gevraagd. Hoe de aanhang van beide grote godsdiensten over het land is verdeeld, leest u op de pagina over de religieuze verdeling.

Islam: broederschappen, koranscholen en de vrijdag

De meeste Tsjadische moslims zijn soennitisch en volgen de malikitische rechtsschool, zoals vrijwel overal in de westelijke Sahel. Het geloof kwam via de karavaanhandel: de heersers van het rijk Kanem-Bornu bekeerden zich al in de elfde eeuw, waarna hun hof een knooppunt werd op de route naar Mekka.

Die pelgrimsroute verklaart veel van de huidige praktijk. Eeuwenlang trokken West-Afrikaanse pelgrims dwars door Tsjaad; sommigen bleven hangen en stichtten dorpen langs de weg. Vandaag reizen pelgrims per vliegtuig en regelt een nationale commissie de quota voor de hadj. In het dagelijks leven zijn vooral de soefi-broederschappen zichtbaar, met de Tijaniyya als grootste; in het noorden speelde in de negentiende en vroege twintigste eeuw daarnaast de Sanusiyya een rol, die zich ook tegen de Franse verovering keerde. Naast de broederschappen zijn er sinds enkele decennia hervormingsgezinde stromingen die de nadruk leggen op een strikte lezing van de bronnen.

Het meest alledaagse instituut is de koranschool. Jongens leren daar verzen uit het hoofd, geschreven met inkt van roet op een houten plankje dat na het overhoren wordt afgewassen. In steden als Abéché, van oudsher een centrum van islamitische geleerdheid, bestaan deze scholen naast moderne madrasa’s met een volledig lesprogramma in het Arabisch.

Kerken: van missiepost tot landelijke organisatie

Het christendom is jonger en kwam van de andere kant. Protestantse zendelingen begonnen in de jaren twintig in het zuiden, katholieke missies volgden. Uit die posten groeiden de huidige structuren: de katholieke kerk heeft een aartsbisdom in N’Djamena en bisdommen in onder meer Moundou, Sarh, Doba en Pala, terwijl de evangelische kerken samenwerken in koepelorganisaties. Beide houden scholen, ziekenhuizen en gezondheidsposten in stand, vooral op het platteland; in sommige zuidelijke districten is de kerkelijke kliniek de enige zorgverlener, zoals de pagina over gezondheidszorg laat zien.

Kenmerkend voor de protestantse diensten is het gebruik van landstalen: liederen en preken klinken vaak in het Ngambay of een andere Sara-taal, waarvoor zendelingen ooit de eerste spelling vastlegden.

Wat er van de oudere religies doorleeft

Het aandeel Tsjadiërs dat zich uitsluitend tot een traditionele godsdienst rekent is klein, maar de praktijken zelf zijn taai. In het Guéra-massief vereren de Hadjarai-gemeenschappen de margai, plaatsgebonden geesten met een eigen priester en offerplaats; dat gebeurt door mensen die zich tegelijk moslim of christen noemen. Ook rond geboorte, oogst en begrafenis blijven oudere gebruiken bestaan, zoals te lezen is bij tradities en gebruiken. Zie voor het landschap zelf de provincie Guéra.

Geloof, staat en samenleven

De verhouding tussen geloof en politiek is niet altijd rustig geweest. Gemengde huwelijken zijn niettemin gewoon in de steden, en tijdens het Suikerfeest en met Kerstmis komen buren over en weer op bezoek — een patroon dat terugkomt op de pagina over feestdagen. Voor bezoekers gelden vooral praktische omgangsregels: bescheiden kleding bij religieuze gebouwen en terughoudendheid met fotograferen tijdens gebedsdiensten, zie wetten en gebruiken.

Botsing in 1973: president François Tombalbaye lanceerde een campagne voor culturele ‘authenticiteit’ en verplichtte ambtenaren uit het zuiden de traditionele yondo-initiatie te ondergaan. Kerken die weigerden mee te werken kregen te maken met uitzettingen en sluitingen — een zeldzaam geval waarin een Afrikaanse staat de voorouderreligie tegen de kerk in stelling bracht.

Verder lezen