TsjaadNaslagwerk over Tsjaad

Natuur — vulkanisch hooggebergte in de SaharaEmi Koussi 3.415 m · hoogste punt van de Sahara

Het Tibesti-gebergte

Het Tibesti is een vulkanisch massief in het noordwesten van Tsjaad, met de hoogste top van de Sahara, kraters van kilometers breed en warmwaterbronnen die nog altijd zwavel uitstoten.

Hoe het gebergte ontstond

Het Tibesti is een koepel van oud, hard gesteente die door bewegingen in de aardkorst omhoog is geduwd en vervolgens door vulkanisme is opgebouwd. Vanaf het late Tertiair kwamen uit breuken en schoorstenen enorme hoeveelheden lava en as naar buiten, die zich over de onderliggende zandsteen en het kristallijne fundament uitspreidden. Het resultaat is een massief van ruwweg honderdduizend vierkante kilometer, dat vanuit Noord-Tsjaad doorloopt tot in het zuiden van Libië. Het steekt anderhalve tot twee kilometer boven de omringende woestijnvlakten uit en is daarmee het hoogste gebergte van de Sahara. De hoogste toppen zijn schildvulkanen: brede, flauw hellende bergen die zijn opgebouwd uit vloeiende lava, doorsneden door steile ravijnen die zijn uitgesleten in vochtiger tijdperken. Bestuurlijk valt het grootste deel van het massief onder de provincie Tibesti, met Bardaï als hoofdplaats.

Emi Koussi en de andere vulkanen

De bekendste top is de Emi Koussi, met 3.415 meter het hoogste punt van Tsjaad en van de hele Sahara. Het is een schildvulkaan met een basis van tientallen kilometers doorsnede en een caldera van ongeveer twaalf bij vijftien kilometer, waarin op de bodem opnieuw kraters liggen. Verder naar het noordwesten ligt de Tarso Toussidé met de Pic Toussidé, de vulkaan die als jongste geldt en waar nog steeds gassen ontsnappen. Daartussen liggen de Tarso Voon en een reeks andere calderas en lavavelden. Ook opvallend is het Trou au Natron, een reusachtige explosiekrater die honderden meters diep in het landschap is uitgeblazen. Vanwege hun vorm worden de Tibesti-vulkanen vaak vergeleken met de grote schildvulkanen op Mars, en ze dienen in het onderzoek als aards vergelijkingsmateriaal.

Wit op de bodem: de vlakke bodem van het Trou au Natron ligt bedekt met een verblindend witte korst van natron, een natuurlijk sodazout, waar jonge slakkenkegels doorheen steken. Aan de wanden zijn afzettingen aangetroffen die erop wijzen dat er in vochtiger perioden een meer in de krater stond — midden in wat nu een van de droogste gebieden ter wereld is.

Water in de woestijn

Ondanks de extreme droogte is het Tibesti niet waterloos. De ravijnen, in het Toubou enneri genoemd, vangen de zeldzame buien op en voeren het water snel af; op plekken waar het gesteente ondoorlatend is blijven permanente poelen achter, de gueltas. Rond die poelen groeien dadelpalmen, tamarisken en oleanders, en in de bedding leggen bewoners kleine tuinen aan. Op verschillende plaatsen komt water warm en zwavelhoudend naar boven: het bekendste veld met fumarolen, modderpotten en hete bronnen ligt op de flank van de Tarso Voon, waar Toubou al generaties baden tegen huid- en gewrichtsklachten. De dierenwereld is aangepast en schaars: manenschapen op de rotswanden, dorcasgazellen in de vlakten, woestijnvossen, roofvogels en een enkele relictpopulatie waarvan het voortbestaan onzeker is.

Mensen, rotskunst en goud

Het Tibesti is het thuisland van de Teda, de noordelijke tak van de Toubou, herders en karavaanhandelaren die in kleine nederzettingen als Bardaï, Zouar en Yebbi Bou wonen; zie ook de volken van Tsjaad. In de rotsen zijn duizenden gravures en schilderingen te vinden uit de tijd dat de Sahara groen was: runderkuddes, giraffen en jagers, later paarden en kamelen. De twintigste eeuw bracht het massief conflict. Het diende als uitvalsbasis voor opstanden tegen de regering en werd het toneel van de oorlog met Libië om de Aozou-strook, die pas in 1994 door een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof definitief aan Tsjaad werd toegewezen; die geschiedenis staat bij de burgeroorlogen. Sinds ongeveer 2012 trekt bovendien goudwinning duizenden gelukzoekers naar het noorden, met kwik, afval, ontbossing en gewapende conflicten als gevolg.

Beschermingsstatus en bezoek

Het Tibesti heeft geen nationale-parkstatus en staat niet op de werelderfgoedlijst; de rotskunst en de vulkanische landschappen genieten in de praktijk nauwelijks bescherming, en de goudwinning is de grootste bedreiging. Bezoeken kan alleen als expeditie: er is geen infrastructuur, geen brandstof en geen hulpverlening. Voor het noorden is een reisvergunning nodig en vaak een verplichte begeleiding, en de regels wijzigen geregeld. In delen van Tibesti en Borkou liggen nog mijnen en niet-ontplofte munitie uit de oorlogen. Raadpleeg altijd het actuele reisadvies van je eigen overheid en de pagina veiligheid in Tsjaad. Vertrekpunt is doorgaans Faya-Largeau. Ga uitsluitend in het koele seizoen — op hoogte vriest het dan ’s nachts; zie de beste reistijd.

Verder lezen